Alleen maar witte mensen

Robert Vuijsje heb ik jaren geleden leren kennen als auteur van de roman ‘Alleen maar nette mensen’. Een boek dat ik gretig uitlas en waarin ik ook enige herkenning met de ‘witte’ protagonist vond. Vuijsje schrijft tegenwoordig onder andere voor Trouw en zo kwam ik zijn artikel Joden zijn daders geworden tegen. Vuijsje trekt van leer tegen onder andere Sunny Bergman en gelijkgestemden die hij antiracisten noemt en zijn artikel is deels een boze reactie op een opmerking die Sunny maakte over de legitimiteit van Vuijsje om te spreken over een onderwerp beladen door stereotypering, stigmatisering en andere -eringen. Ik neem aan vanuit emotie maakt Vuijsje dezelfde kokerdenkfout die hij de antiracisten toeschrijft wanneer hij hen als groep wegzet en enkele minder fijne predicaten laat aankleven.

Het artikel is tegelijkertijd een mooi opstapje om het discriminatiediscours in Nederland te kunnen beschouwen. De beweging van antiracisme is er één die je in het algemeen kan toejuichen; ze baseert zich op het blootleggen van vooronderstellingen en onzichtbare voor gekleurde mensen nadelige sociale structuren. Maar zoals bij elke beweging ontstaat er het gevaar van verwonding door eigen speerpunten: door enkel maar hardliners te quoten en door focus op telkens dezelfde onderwerpen, stolt het antiracisme tot een eendimensionaal verhaal. Toevallig liep ik tijdens dezelfde leestocht in de online Trouw aan tegen een artikel over een nieuw boek over discriminatie. Hoezeer ik ook vóór de boodschap van haar boek in Bergmaniaanse denktrant Hallo witte mensen ben, door de vorm van ‘antiracisme handboek voor witte mensen’ kan je auteur Anousha Nzume in de schoenen schuiven dat zij goedbedoeld racisme neerzet als wit-zwart.

Vuijsje heeft mij getriggerd met het deel van zijn artikel dat ingaat op het antisemitisme. Jodendiscriminatie is eeuwenoud. Vrij recent hebben wij in Nederland te maken gehad met een verschrikkelijke uitwerking ervan. Antisemitisme is op een bepaalde manier misschien wel de overtreffende trap van de onzichtbare discriminatie van het in het huidige debat vigerende racisme. Wanneer er geen keppeltjes of pijpenkrullen te zien zijn, dan zijn Joden vaak niet per se herkenbaar als anders en activeren hierdoor wellicht niet direct de gut feelings die blanke Nederlanders kunnen hebben wanneer ze worden geconfronteerd met iemand met een andere kleur. Ik betrap mezelf erop dat ik überhaupt weinig Joodse mensen ken. Het Jodendom laat zich lastig definiëren. Toch ís er antisemitisme. Het sluimert zoals gezegd in allerlei onzichtbare vormen, met potentie voor allerlei concrete gevolgen. Dat dubbel onzichtbare karakter van het antisemitisme met enerzijds lastig te duiden doelwitten en anderzijds moeilijk te achterhalen individuele vooroordelen, laat zien dat het huidige debat over discriminatie te gekleurd is. Er mist wat mij betreft een debat aangaande een metapositie over discriminatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *