Chez Hatim

Het wachten is soms lang. Soms ook niet, dan ben je direct aan de beurt. Ook al heb je dat op het eerste gezicht niet in de gaten, omdat er meerdere mannen op de wachtstoelen zitten. Maar dat zijn dan bij nader inzien bekenden van de eigenaars. Of gewoon mannen die om een praatje verlegen zitten.

Ik ga niet naar de kapper omdat ik wil kletsen. Small talk is niet mijn sterkste kant en echt praten doe ik liever spontaan. Ik vraag me af hoeveel verhalen met voorbedachten rade elke dag over kappers worden uitgestort. Zouden ze gerepeteerd worden tijdens de wachttijd tot de knipbeurt?

Gaan zitten, kunststoffen mantel over je heen laten draperen, papieren dingetje wordt om je nek en hals heen gevouwen. (Ik heb nooit lang genoeg nagedacht over de functie van dat papieren dingetje realiseer ik me) ‘Zo kort boven graag’, hoor ik mezelf zeggen en tegelijkertijd gesticuleer ik 3 centimeter tussen duim en wijsvinger. ‘Zijkanten en achterkant opknippen graag, niet scheren.’ De knipmeneer knikt begrijpend en pakt de tondeuse met bijhorend kammetje.

De beurt begint met het grove werk, plukken haar vallen als askleurige sneeuwvlokken op mijn zwarte dekmantel. Net als de vorige keer denk ik: ik word grijs.

De eerste fase van het fijnere werk begint. De knipmeneer legt zijn trillende apparaat weg, pakt een plantenspuit en maakt het haar vochtig met wolkjes water. De schaar gaat erin. De schaar snijdt met telkens zoevend knippende geluiden, terwijl de knipmeneer kundig plukjes haar bundelt en boven het maaiveld uittrekt met zijn vingers. Ik probeer het Arabisch dat luid uit de teevee die aan het plafond hangt komt, te ontcijferen, maar dit lukt niet.

Spannend moment is toch altijd even de laatste fase: de knipmeneer neemt ogenschijnlijk koelbloedig een nieuw scheermesje uit de kartonnen verpakking en stopt het in de houder. Dit schouwspel zet mij altijd extra aan tot stilzitten, dat zul je begrijpen.

Eigenlijk gaat een belangrijk deel van de communicatie bij de kapper zonder woorden. Subtiel, maar krachtig genoeg om een duidelijke richting aan te geven, worden er duwtjes tegen mijn hoofd gegeven tijdens het knippen. Ik vind dat wel wat hebben. Zouden kappers hun duwtjestechnieken ook geoefend hebben tijdens hun opleiding?

De dekmantel wordt me ontnomen en ik bedank. Ik merk dat ik stilletjes snel mijn woorden repeteer, al lopend naar de kassa. Het is dan wel geen verhaal, maar toch: ‘Maak er maar veertien van’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *