(Kroeg)taal is democratisch

Het lijkt een thema de afgelopen weken: de wens om de taal geforceerd aan te passen. Specifiek bedoel ik dan, bekende Nederlanders die pleiten voor het wijzigen van de spelling en de politiek die woorden uit het Nederlandse vocabulaire wil schrappen. Zo schreef Maurice de Hond een stukje in de Volkskrant, waarin hij pleit voor het vereenvoudigen van de geschreven taal, door de tweeklanken ‘au’ en ‘ou’ terug te brengen tot één tweeklank en door de korte ‘ei’ te laten opgaan in de lange ‘ij’. Arthur van Amerongen heeft het in zijn stukje voor dezelfde krant over een landelijk verbod op het woord ‘allochtoon’.

Wat verwerkt zit in de stukjes van beide heren, is de notie dat taal verandert, of soms juist hetzelfde blijft, door hoe de taal wordt gebruikt door de mensen die het spreken. Taal is democratisch en uiteindelijk geldt: de meeste stemmen gelden. Wanneer een woord vaak wordt gebruikt, dan komt het vanzelf in de Dikke van Dale. Kijk maar naar belachelijke neologismen zoals swaffelen. Wordt een woord nooit meer uitgesproken, dan eindigt het woord in de geschiedschrijving. Dit geldt ook voor het hoe van de taal, de grammatica, de regeltjes. Tegenwoordig zegt of schrijft bijna iedereen bijvoorbeeld ‘Een aantal mensen waren niet thuis’. Terwijl het onderwerp van de zin ‘Een aantal’, grammaticaal enkelvoud is en dus eigenlijk ‘Een aantal mensen was niet thuis’ correct zou zijn. Hoor je niemand over, en dit zal op den duur dan wel de enige juiste schrijfwijze worden. De heer De Hond hoeft zich dus geen zorgen te maken, het zal misschien niet meer vallen binnen de schoolgaande periode van zijn dochtertje, maar de gewenste vereenvoudiging van de Nederlandsche Taal zal er wel komen.

Dan over het verbieden van het woord allochtoon. Ik denk ik dat Van Amerongen gelijk heeft, wanneer hij stelt dat het verbieden van een woord, niet dé manier is om een maatschappelijke discussie te beslechten. Wanneer iedereen ondanks het verbod allochtoon en in dezelfde lijn bijvoorbeeld neger, jood, of wat dies meer zij, blijft uitspreken, zo lang bestaat het woord. De maatschappelijke discussie over allochtonen gaat in de kern dan ook niet om een woord, maar om het gebruik van een woord. Van Amerongen argumenteert via een citaat, dat woorden an sich neutraal zijn en dat woorden pas goed of slecht worden door het gebruik ervan, door context. Het citaat handelt over het woord nigger, waarbij wordt aangegeven dat dit woord op zichzelf beschouwd niet slecht is. Het wordt pas een slecht woord, wanneer het wordt gebezigd door een racist, zo gaat het argument. Op dit punt gaat voor mij de schoen een beetje wringen. Het is volgens mij inderdaad zo dat betekenis van een woord grotendeels, daarin kan ik meegaan met Van Amerongen, wordt bepaald door de zin, of verhaal waarin het voorkomt. Maar volgens mij kun je niet zeggen dat elk woord op zichzelf beschouwd, neutraal is. Hoe kan je het woord nigger beschouwen, zonder er automatisch allerlei gedachten en gevoelens bij te hebben? Ik heb het net nog even geprobeerd, maar mij lukt het niet.

Losse woorden zeggen niet veel, ze hebben andere woorden nodig om tot een verhaal te komen. Tegelijkertijd is het zo dat de meeste woorden voor veel mensen een connotatie hebben. Bijvoorbeeld het woord nikker, dat in mijn beleving equivalent is aan nigger: dit woord zie en hoor je eigenlijk niet meer. Zou ik iemand het horen zeggen, dan zou ik in 95% van de gevallen er best van schrikken. Die andere 5% zou dan bijvoorbeeld alleen in de uitzonderlijke situatie van satirische of geschiedkundige context niet aanmatigend kunnen overkomen. Zoals gezegd, context is erg belangrijk. Maar, de consensus door die door de jaren heen is gevormd, is dat het woord nikker een onaanvaardbaar racistisch scheldwoord ís. Dat het immoreel is om dit woord te gebruiken, omdat alleen al door het uitspreken ervan het mensen pijn doet en bijvoorbeeld laat terugdenken aan de tijd dat hun ras niet voor vol werd aangezien. Dat zou best wel eens de reden kunnen zijn waarom je het niet meer hoort of leest. Is er sinds het democratisch taalkundig uitfaseren van dit woord dan geen racisme meer in Nederland? Helaas niet. Maar het is te kort door de bocht -zoals Van Amerongen schrijft- om te zeggen dat woorden op zich geen kwaad kunnen. Sommige woorden worden bijna uitsluitend als beledigend ervaren door bepaalde groepen mensen in Nederland. Verbieden door het te schrappen uit het woordenboek is niet de oplossing. Maar iets meer empathie in de woordkeuze van het volk tijdens de de maatschappelijke discussie in de kroeg, zou daarentegen wél een goed idee zijn.

1 thought on “(Kroeg)taal is democratisch

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *