Problemen met onderzoeksrapport ‘Echte Democratie’

Update 24.09.2016

Nog geen reactie ontvangen van de heer Cliteur, daarom een reminder verstuurd. Tevens de heer Baudet via het contactformulier op zijn persoonlijke website een bericht gestuurd.

____________________________________________________________________________________

Beste lezer,

ik werd laatst getriggerd door Wilders die stelde dat hij voor meer democratie staat, en onder andere -naar Zwitsers model- bindende referenda die op regelmatige basis worden georganiseerd, wil invoeren. Los ervan of ik hiervoor of hiertegen ben, heb ik mijn vraagtekens gezet bij (een deel van) het ‘onderzoeksrapport’ van de heer Baudet en de heer Cliteur, waar Wilders aan refereert (zie pvv.nl). Daarom heb ik onderstaande bericht opgesteld, dat ik naar de heren zal sturen. Ik hoop op antwoord, zodat ik dat ook (na toestemming) hier kan publiceren.

____________________________________________________________________________________

Geachte heer Baudet en heer Cliteur,

Om te beginnen complimenten voor uw werk ‘Echte Democratie | Het probleem van de representatieve democratie & het referendum als oplossing’. Het is een interessante verhandeling, met veel achtergrondinformatie.
Ik heb naar aanleiding van uw betoog wel wat vragen. Specifiek gaat het om hoofdstuk 5, het deel waar argumenten tegen het referendum worden weerlegd, en waar argumenten voor het referendum van uitleg worden voorzien. Overigens zou ik mede op basis van deze werkwijze uw werk eerder een betoog noemen dan een rapport.

U schrijft over het zogenaamde deskundigheidsargument, en zegt het volgende.

Dit houdt in dat de bevolking niet goed genoeg geïnformeerd is om zich over de – vaak complexe – thema’s waarover de politiek moet beslissen, uit te spreken (TB/PC, 72).

Vervolgens schrijft dat dit argument problemen aankleeft.

Ten eerste: het ‘niet-goed-geïnformeerd-zijn’ komt uiteindelijk neer op een argument tegen democratie überhaupt – niet specifiek tegen het referendum. Als het niet hebben gelezen van een verdrag of wet betekent dat men daar ook niet over zou kunnen stemmen – dan zou ook vrijwel niemand een verantwoorde stem kunnen uitbrengen bij algemene
verkiezingen, omdat vrijwel niemand alle partijprogramma’s immers zal hebben gelezen (nog los van de vraag in hoeverre politici zich ook daadwerkelijk aan hun verkiezingsbeloftes houden) (Ibid.).

U lijkt hier te schrijven dat de mensen die het deskundigheidsargument prediken, de verkeerde definitie van een verantwoorde stem hanteren, want wanneer je deze definitie volgt, dan zouden er in onze representatieve democratie de facto bijna geen kiezers zijn die een verantwoorde stem uitbrengen voor de verschillende volksvertegenwoordigers, omdat het volk tegenwoordig de achtergrond van de keuzemogelijkheden inhoudelijk niet voldoende kent. U laat impliciet dat een vereiste voor een democratie verantwoord stemmende kiezers zijn, maar dat is niet erg, want dat lijkt mij uiteraard onomstreden.
Het tweede probleem dat u beschrijft volgt eigenlijk uit het bovenstaande. Het gaat in op de essentie van politieke beslissingen:

Ten tweede: politieke beslissingen hebben dikwijls technische consequenties – maar zijn op zichzelf vaak niet technisch. Eerder principieel or moreel. De keuze die bij referenda voorligt is om die reden vaak een keuze waarover eenieder ten principale even bekwaam is (Ibid.).

U lijkt hier te schrijven dat voor politieke keuzes meestal geen inhoudelijke voorkennis benodigd is, omdat ze vaak moreel of principieel zijn – en dat daarom zoals hierboven beschreven, de definitie van een verantwoorde stem niet noodzakelijk ‘(enige) deskundigheid ter zake’ bevat. Verder geeft u aan dat door het morele of principiële karakter van de beslissingen, elke burger even goed geëquipeerd is om dit soort knopen door te hakken.
Ik ben niet overtuigd van dit argument. Ik denk namelijk niet dat morele (of principiële) keuzes geen (technische) kennis veronderstellen. Ik denk namelijk dat het ‘technische’ (het kenniselement) meestal niet zondermeer te scheiden is van het ‘morele’. Morele keuzes in het openbare debat zijn vaak keuzes die worden gemaakt op basis van (informatie over) de context van de opties ter hand: de kiezer zal toch eerst moeten uitvinden welke van zijn (morele) waarden worden aangesproken en waarom. Dit is niet klip-en-klaar, omdat deze waarden meestal niet expliciet in de keuzemogelijkheden worden benoemd.

Bijvoorbeeld, er wordt een referendum gehouden over de EU met twee keuzemogelijkheden: wel of geen toelating van asielzoekers in Nederland. Het is lijkt mij lastig om zonder in ieder geval enige kennis over de consequenties van een dergelijk besluit, een morele keuze te maken. Stel, je vindt ‘veiligheid’ een belangrijke waarde, dan zul je moeten nagaan hoe het al dan niet toelaten van asielzoekers van invloed is op onze veiligheid. Je zult dan wellicht iets te weten moeten komen over criminaliteitscijfers, etc. Ook wanneer je een principiële keuze maakt (‘ik ben tegen asielzoekers), dan zou je dit principe desgevraagd moeten kunnen uitleggen, om de keuze iets van een verantwoording toe te kunnen dichten.
Wanneer je zou zeggen ‘ik vind het helpen van mensen moreel juist’, of iets van die strekking, dan zul je nog steeds moeten weten wat er bijvoorbeeld gebeurt wanneer wij als Nederland deze mensen geen asielzoekers meer toelaten. Het zou best zo kunnen zijn dat een ander Europees land ons besluit afkeurt, maar reeds in een verdrag had vastgelegd alle in Nederland afgewezen asielzoekers in hun land hartelijk te ontvangen, en de asielzoekers zelfs de mogelijkheid te bieden om hun hele achtergebleven familie over te laten komen. Zouden deze mensen daar niet beter mee geholpen zijn?

Je zult je keuze –wanneer we het hebben over een verantwoorde keuze- moeten kunnen uitleggen, waarbij je kennis van de situatie waar het vraagstuk over gaat, verknoopt met je eigen (morele) standpunten, of principes. Moreel kiezen is niet enkel kiezen op basis van gut feeling of Kantiaans principe, zonder naar gevolgen te hoeven kijken.

Zoals hopelijk duidelijk gemaakt heb ik wat moeilijkheden met voornamelijk het eerste en het tweede probleem dat u aankaart in relatie tot het deskundigheidsargument. Wellicht kunt u mij helpen met mijn moeilijkheden? Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

Met hartelijke groet,

Jeroen Stekelenburg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *